Verhoging Kansspelbelasting Brengt Minder Opbrengst Dan Voorspeld
Verhoging Kansspelbelasting Brengt Minder Opbrengst Dan Voorspeld

De Nederlandse kansspelbelasting op bruto spelopbrengst steeg per 1 januari 2026 naar 37,8 procent, na een eerdere verhoging naar 34,2 procent in 2025, maar de maatregel leverde slechts ongeveer 57 miljoen euro extra opbrengst op tegen een raming van 216 miljoen euro, terwijl 2025 een plus van slechts 2 miljoen euro liet zien tegenover een verwachte 108 miljoen euro.
Volgens een gezamenlijk monitoringrapport van de Kansspelautoriteit en het ministerie van Financiën viel de belastingopbrengst lager uit omdat de belastbare basis kromp onder invloed van nieuwe beschermingsmaatregelen voor spelers, beperkingen op reclame en sponsoring, nasleep van het EK 2024 en sluitingen van enkele landgebonden vestigingen.
Achtergrond van de Belastingaanpassingen
De verhogingen maakten deel uit van een breder beleid om de staatskas te spekken terwijl tegelijkertijd risico’s voor spelers werden beperkt, en de eerste stap in 2025 bracht al minder extra geld dan voorzien omdat operators hun activiteiten aanpasten aan de nieuwe grenzen. In 2026 volgde een verdere stijging naar 37,8 procent, maar ook toen bleef de werkelijke meeropbrengst ver achter bij de prognoses die het ministerie had opgesteld op basis van eerdere marktvolumes.
De Kansspelautoriteit koppelde de cijfers aan concrete ontwikkelingen in de markt, waarbij maandelijkse netto-stortingslimieten tussen 300 en 700 euro per speler de totale inzet drukten en daarmee de belastbare GGR reduceerden. Reclame- en sponsorbeperkingen zorgden ervoor dat nieuwe spelers minder snel instroomden, terwijl de nasleep van het Europees kampioenschap voetbal in 2024 een tijdelijke piek had veroorzaakt die daarna snel afvlakte.
Concrete Cijfers en Vergelijkingen
In 2025 kwam de extra belastingopbrengst uit op circa 2 miljoen euro in plaats van de verwachte 108 miljoen euro, en in 2026 bedroeg de meeropbrengst ongeveer 57 miljoen euro tegenover een voorspelling van 216 miljoen euro. Deze tekorten ontstonden omdat de belastbare basis kleiner werd door een combinatie van depositlimieten, reclamebeperkingen en een aantal sluitingen van fysieke speelhallen.
Het monitoringrapport van de Kansspelautoriteit toont aan dat vooral de netto-stortingslimieten direct effect hadden op het volume aan legale, belaste activiteiten, terwijl illegale aanbieders buiten de gereguleerde markt bleven opereren en dus geen bijdrage leverden aan de verwachte opbrengst.

Oorzaken van het Kleinere Belastingvolume
Nieuwe spelerbeschermingsregels, waaronder maandelijkse depositlimieten van 300 tot 700 euro, zorgden ervoor dat actieve spelers minder vaak of voor lagere bedragen deelnamen aan legale platforms, en tegelijkertijd werden reclame- en sponsorovereenkomsten beperkt waardoor de zichtbaarheid van legale aanbieders afnam. De nasleep van het EK 2024 zorgde voor een tijdelijke piek in 2024 die in de daaropvolgende jaren niet werd vastgehouden, terwijl enkele landgebonden vestigingen hun deuren sloten en daarmee ook hun bijdrage aan de GGR wegviel.
Deze factoren werkten gezamenlijk door op de totale markt, en de Kansspelautoriteit noteerde dat de combinatie van depositlimieten en reclamebeperkingen een sterker effect had dan eerder was ingeschat bij het opstellen van de ramingen. Sluitingen van fysieke locaties reduceerden bovendien de offline inkomsten die ook onder de kansspelbelasting vallen.
Gevolgen voor de Markt en de Schatkist
De lagere opbrengst heeft directe gevolgen voor de begroting van het ministerie van Financiën, omdat de verwachte extra middelen niet beschikbaar kwamen voor andere uitgaven, en operators zagen hun winstmarges onder druk staan door de hogere tarieven gecombineerd met lagere volumes. Spelers die binnen de legale markt bleven, ondervonden de depositlimieten als een directe rem op hun activiteit, terwijl de reclamebeperkingen de instroom van nieuwe deelnemers beperkten.
Het monitoringrapport laat zien dat de belastingverhoging weliswaar werd doorgevoerd, maar dat de beoogde inkomstenstijging niet werd gehaald vanwege de krimpende markt. In augustus 2026 bleven de cijfers stabiel rond de eerder gerapporteerde tekorten, zonder tekenen van herstel in de belastbare basis.
Conclusie
De verhoging van de kansspelbelasting naar 37,8 procent in 2026 en de eerdere stap naar 34,2 procent in 2025 leverden uiteindelijk aanzienlijk minder extra opbrengst op dan het ministerie had voorzien, en de Kansspelautoriteit schreef dit tekort toe aan depositlimieten, reclamebeperkingen, nasleep van het EK 2024 en sluitingen van landgebonden vestigingen. De gezamenlijke monitoringcijfers maken duidelijk dat de belastbare basis kleiner werd dan verwacht, waardoor de schatkist minder extra geld ontving dan geraamd.